
Veel organisaties hebben intussen een architectuurfunctie uitgebouwd. Er zijn architecten, modellen en governance boards. Toch levert die investering niet altijd de verwachte waarde op. Projectteams ervaren architectuur soms als een extra stap die hen vertraagt. Businessverantwoordelijken zien het als iets van IT, terwijl architectuurprincipes in de praktijk beperkt worden toegepast.
Categorie
Leestijd
Bij een organisatie die we recent onderzochten, was architectuur bijvoorbeeld sterk theoretisch ingericht. De nodige structuren waren aanwezig, maar projecten ervaarden weinig ondersteuning in hun dagelijkse werking. De architectuurfunctie dreigde daardoor eerder een rem te worden dan een hulpmiddel. Een architecture audit onderzoekt daarom waar architectuur de organisatie helpt om betere beslissingen te nemen en waar dat nog onvoldoende gebeurt.
De focus voor een audit verschilt per organisatie. Soms is het applicatielandschap zo complex geworden dat rationalisatie nodig is. Elders ligt de uitdaging bij de prioritering van projecten: krijgen de initiatieven met de meeste businesswaarde ook de meeste aandacht? Ook silo’s spelen een rol, bijvoorbeeld wanneer verschillende domeinen afzonderlijk oplossingen ontwikkelen voor vergelijkbare behoeften.
De businessvraag bepaalt waarop het onderzoek de nadruk legt. Zo vermijd je dat een maturity assessment een theoretische oefening wordt die vooral een score oplevert.
ACOMPANY gebruikt vijf domeinen om de architectuurwerking te onderzoeken, in functie van de focus: Business, Application, Information & Data, Technology en Governance. Per domein bekijken we de beschikbare architectuurartefacten en spreken we met de stakeholders die ermee werken. Daarmee onderzoeken we of wat formeel is uitgewerkt ook een rol speelt in de dagelijkse werking. Application inventory heeft bijvoorbeeld weinig waarde wanneer niemand verantwoordelijk is voor het onderhoud ervan. Hetzelfde geldt voor een business capability model dat geen rol speelt bij investeringsbeslissingen.
De interviews tonen vervolgens hoe stakeholders de formele architectuurwerking in de praktijk ervaren. Zo bleek tijdens een audit dat architecten ervan uitgingen dat een bepaald artefact actief werd gebruikt. Uit gesprekken met andere stakeholders kwam een ander beeld naar voren: sommigen kenden het nauwelijks, anderen wisten niet wanneer ze het moesten gebruiken.
Architecten denken dat ze de behoeften van de business meenemen in hun beslissingen, terwijl businessverantwoordelijken ervaren dat ze pas laat worden betrokken. Zulke verschillen helpen verklaren waarom een architectuurfunctie op papier goed georganiseerd lijkt, maar in de praktijk minder effect heeft.
Naast de huidige maturity brengt de audit ook in kaart welke rol de organisatie in de toekomst aan architectuur wil geven. Daarbij hoeft niet ieder domein hetzelfde maturiteitsniveau te bereiken. De gewenste maturiteit hangt af van de doelstellingen en context van de organisatie. Een bedrijf dat zijn applicatielandschap wil rationaliseren, legt andere accenten dan een organisatie die vooral haar investeringen beter wil koppelen aan strategische prioriteiten.
Een architectuurfunctie evolueert niet in enkele maanden van maturity level ƩƩn naar vijf.
Nieuwe verantwoordelijkheden en besluitvorming moeten hun plaats krijgen in de dagelijkse werking. De roadmap houdt daarom rekening met wat de organisatie op een bepaald moment kan opnemen.
Sommige verbeteringen zijn relatief eenvoudig door te voeren. Bij een opdracht bleek bijvoorbeeld dat medewerkers onvoldoende wisten bij wie ze met een architectuurvraag terechtkonden. Duidelijkheid creƫren over aanspreekpunten leverde snel resultaat op, terwijl de verdere uitwerking van governance een plaats kreeg in de roadmap.
De verdere ontwikkeling van de architectuurfunctie moet aansluiten op de manier waarop de organisatie werkt. Hoe verloopt de projectgovernance? Wanneer wordt architectuur betrokken? Welke verantwoordelijkheid ligt bij het PMO? En hoe sluiten bestaande architectuurrollen daarop aan?
Het antwoord verschilt per stakeholdergroep. Een projectmanager werkt op een andere manier met architectuur dan een businessverantwoordelijke of architect. De werkwijze moet daarop aansluiten.
Bij een andere opdracht werd een nieuw architectuurmodel daarom eerst in enkele pilootprojecten toegepast. De gebruikers hielden in een ‘friction log’ bij waar de nieuwe werkwijze in de praktijk botste met bestaande processen. Die ervaringen vormden input om het model vóór de bredere uitrol bij te sturen.
Changecommunicatie ondersteunt die verandering en maakt duidelijk welke rol medewerkers daarin spelen en wanneer architectuur deel uitmaakt van een beslissing.
Een architecture audit raakt al snel aan bestaande verantwoordelijkheden en interne belangen. Voor medewerkers die dagelijks binnen die structuur werken, is het moeilijk om daar volledig afstand van te nemen.
Een externe partij brengt de verschillende perspectieven samen en toetst ze aan de beschikbare artefacten. Verschillen tussen wat formeel is afgesproken en wat stakeholders in de praktijk ervaren, worden daardoor zichtbaar. Dat levert een vertrekpunt op om samen met de organisatie prioriteiten te bepalen.
Architectuur raakt aan de manier waarop projecten worden aangestuurd en beslissingen tot stand komen. De verdere ontwikkeling ervan is daardoor ook een organisatieverandering.
Dat vraagt dagelijkse sturing en voldoende mandaat. Sponsorship vanuit de CIO en andere betrokken directieleden helpt om architectuur ook buiten de architectuur- en IT-teams te verankeren.
Wil je weten waar jouw architectuurwerking vandaag waarde creƫert en waar verbetering mogelijk is? Neem contact op met ACOMPANY.
Een architecture audit onderzoekt hoe architectuur binnen een organisatie is ingericht en in de praktijk wordt gebruikt. ACOMPANY kijkt daarbij naar vijf domeinen: Business, Application, Information & Data, Technology en Governance. De audit combineert een analyse van architectuurartefacten met gesprekken met stakeholders om te bepalen waar architectuur waarde toevoegt en waar verbetering nodig is.
Een architecture audit is relevant wanneer de architectuurfunctie onvoldoende waarde oplevert, het applicatielandschap complex wordt of projecten onvoldoende aansluiten bij strategische prioriteiten. De concrete focus vertrekt vanuit de businessvraag van de organisatie en kan bijvoorbeeld liggen op rationalisatie, governance of een betere prioritering van investeringen.
Het gewenste maturity level hangt af van de ambities en context van de organisatie. Niet ieder architectuurdomein hoeft hetzelfde niveau te bereiken. Een architecture audit brengt daarom zowel de huidige maturity als de gewenste rol van architectuur in kaart en vormt zo de basis voor een realistische roadmap.
Architectuur moet aansluiten op bestaande projectgovernance, verantwoordelijkheden en werkwijzen. Dat betekent onder meer duidelijk bepalen wanneer architectuur wordt betrokken, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe verschillende stakeholders ermee werken. Pilootprojecten helpen om een nieuwe aanpak in de praktijk te testen en bij te sturen voordat die breder wordt uitgerold.
Een externe partij kan verschillende perspectieven binnen de organisatie samenbrengen en toetsen aan de beschikbare architectuurartefacten. Zo worden verschillen zichtbaar tussen formele afspraken en de manier waarop stakeholders architectuur daadwerkelijk ervaren en gebruiken. Dat geeft de organisatie een onderbouwd vertrekpunt om prioriteiten te bepalen.
Klaar om de digitale toekomst met vertrouwen tegemoet te gaan? Dan staan wij voor je klaar.
Wil je graag meer weten over strategisch advies, pragmatische uitvoering en tastbare resultaten van een digitale transformatie? Schrijf je dan nu in op onze nieuwsbrief.